Fortuinen op papier, krimpende pensioenen: de verborgen kost van nulrente-discontering
APG beheerd (o.a.) het vermogen van ABP.
Meer dan een decennium lang zagen Nederlandse gepensioneerden hun pensioen stilstaan, terwijl de fondsen die hun geld beheerden record na record boekten. De oorzaak was niet een gebrek aan rendement. ABP bijvoorbeeld zag zijn vermogen groeien van circa €250 miljard in 2009 naar meer dan €540 miljard in 2024.
De werkelijke oorzaak zat in de manier waarop verplichtingen werden gewaardeerd: de rekenrente-methode die de toezichthouder oplegde.
Pensioenfondsen moesten toekomstige toezeggingen (verplichtingen) waarderen tegen de risicovrije rentecurve plus een “Ultimate Forward Rate” (UFR).
In de jaren 2010 daalden de Europese swaprentes naar bijna 0%.
Gevolg: een belofte van €1.000 over 30 jaar werd gewaardeerd alsof die bijna €1.000 vandaag waard was.
Op papier explodeerden de verplichtingen. De dekkingsgraden kelderden.
Resultaat: geen indexatie mogelijk, zelfs in jaren waarin de fondsen 5–7% rendement haalden.
Een vestingwal gebouwd over de rug van gepensioneerden
Vanuit de toezichthouder gezien was dit “voorzichtig beleid.” Vanuit gepensioneerden gezien is het een vorm van ontneming. Het systeem bouwde wat genoemd zou kunnen worden een “fortress balance sheet”: de balans werd sterker en sterker, de buffers groeiden, de solvabiliteit leek onaantastbaar.
Maar de prijs was hoog: gepensioneerden verloren 30–40% koopkracht tussen 2009 en 2021.
“Als je vermogen 6% oplevert en je waardeert verplichtingen tegen 0%, dan lieg je tegen jezelf. Je bouwt een vestingwal, maar wel ten koste van je aandeelhouders.”
En precies dat gebeurde: een fort voor de instelling, een sluipend verlies voor de deelnemers.
De illusie van zwakte
De ironie is dat fondsen “te zwak” leken om te indexeren, omdat de verplichtingen kunstmatig opgeblazen werden. Terwijl ze in werkelijkheid nooit rijker waren. ABP had honderden miljarden belegd, met solide rendementen. Toch mochten gepensioneerden er niet van meeprofiteren.
Een vakbondsbestuurder zei het destijds scherp: “Onnodig geld op de plank.” Het bleef daar niet omdat het niet verdiend was, maar omdat de rekenregels zeiden dat het niet aangeraakt mocht worden.
De gemiste kracht van samengestelde groei
Een concreet voorbeeld:
€1.000 ingelegd in 2000, belegd in een wereldwijde index, zou tegen gemiddeld 7% per jaar zijn gegroeid naar ongeveer €5.400 in 2024.
Bij ABP leverde diezelfde €1.000 een pensioen op dat in reële termen 40% minder waard werd (600 EUR) over diezelfde periode.
De vestingwal werd gebouwd — maar met stenen die uit de portemonnee van gepensioneerden kwamen.
Conclusie: Voorzichtigheid of schijn?
Het Nederlandse stelsel kan zeggen dat het de letter van de wet volgde. Maar economisch gezien was het een illusie: verplichtingen waarderen alsof rendement voor altijd nul zou zijn, terwijl de fondsen in werkelijkheid gezonde winsten maakten.
Voor Nederlandse gepensioneerden was de prijs enorm: een generatie die recht had op indexatie, maar jarenlang werd afgescheept — terwijl hun fonds zichzelf een van de rijkste ter wereld noemde.







